Op zoek naar een nieuwe roeping in Moerwijk

De Marcuskerk

Steeds harder galmt de roep om verandering door de kerk, maar over hoe die vorm moet krijgen tasten de meeste kerken vooralsnog in het duister. Om antwoorden te vinden, stuurde de protestantse gemeente waartoe de Marcuskerk behoort Bettelies Westerbeek naar Moerwijk. Daar onderzoekt deze missionair pionier hoe de ‘nieuwe kerk’ kan werken. Want alhoewel kerkbanken leeg blijven, geloven kerken niet dat de rol van God helemaal is uitgespeeld.


Bettelies (31) vertegenwoordigt een nieuwe generatie predikanten. Die weet dat het water aan de lippen staat van de kerk en spant zich in voor verandering van het instituut. “Je ziet dat overal kerken dichtgaan en dat niemand ze zal missen, behalve de mensen van de kerk zelf. Vorm en taal staan ver af van de mensen, terwijl de kerk juist een belangrijke functie kan hebben. Duidelijk is dat het oude concept van de kerk niet meer werkt en dat we op zoek moeten naar onze roeping in deze tijd”.

Die opdracht heeft Bettelies vorig jaar naar Den Haag gebracht; ze verruilde haar baan bij een ‘blanke yuppenkerk’ in Utrecht voor een pioniersplek in het hart van Moerwijk. “Ik kende de stad alleen van het Malieveld waar ik wel eens heb gedemonstreerd. Toen ik deze functie tegenkwam, was ik meteen enthousiast. Ik heb tijdens mijn reizen in Afrika en Azië gezien dat kerken van maatschappelijke waarde kunnen zijn. Het leek me interessant naar manieren te zoeken om zo’n connectie ook in Moerwijk te realiseren”.

Het eerste jaar in Moerwijk is Bettelies goed bevallen, al waarschuwden eerste indrukken voor een zwaar jaar. “De cijfers over armoede en werkloosheid in Moerwijk kende ik. Daar kun je heel bang van worden, maar door met mensen uit de wijk te praten werd alles een stuk normaler. Dat neemt niet weg dat ik geschrokken ben van de armoede; mensen worden hier omringd door problemen”.

Aandacht

Panklare oplossingen voor de problemen heeft MarcusConnect niet in petto. Toch gelooft Bettelies dat ze Moerwijkers iets te bieden heeft. “Vaak is er de verwachting dat we op het materiële vlak iets kunnen betekenen. Dat is wel lastig omdat kerken het ook niet breed hebben. Maar we doen wat we kunnen. Zo organiseren we buurtmaaltijden — mensen betalen wat ze kunnen missen — en bieden een oor. Ook hebben we een buurttuin waar iedereen welkom is. Het lijkt soms alsof we weinig kunnen doen, maar voor sommigen betekent contact op zich al heel veel. En wanneer we zien dat iemand professionele hulp nodig heeft, verwijzen we die persoon door”.

De Marcuskerk aan de Jan Luykenlaan moet wat Bettelies betreft een rustpunt zijn in een wijk met sores. In het aanjagen van verbindingen binnen de wijk ziet Bettelies een belangrijke taak weggelegd. “Het gaat er ons niet om op zondagochtend een volle kerk te hebben, MarcusConnect organiseert zelf geen kerkdiensten. Als blijkt dat daar behoefte aan is, zullen we dat misschien wel gaan doen. Het is niet zo dat als je bij ons komt voor een maaltijd dat we de deur op slot doen en je dwingen over Jezus te praten. Ons doel is namelijk niet om iedereen tot geloof te brengen. Natuurlijk kun je bij ons wel over geloofszaken praten, maar er komen ook genoeg mensen die het gewoon leuk vinden om tafelvoetbal te spelen”.

‘Ondanks alle moeilijkheden zijn mensen hier best gelukkig’

Zelf put Bettelies wel veel kracht uit het geloof. Dat helpt de prediktante bij haar missie om als kerkorganisatie van betekenis te zijn voor de wijk en sterkt bovendien haar overtuiging dat er ‘hoop’ is voor Moerwijk. “Het mooiste zou zijn als mensen hier zelf de regie kunnen voeren over hun levens. Want ondanks alle moeilijkheden zijn mensen hier best gelukkig. Ik heb het vertrouwen dat er de komende jaren in Moerwijk écht iets kan ontstaan”.

Meer moestuinen in Moerwijk
De tuin van de Marcuskerk is omgetoverd tot een plek waar groente, fruit en planten groeien en bloeien. Dat is wel eens anders geweest. “Het was een schimmige plek”, omschrijft Bettelies. Met hulp van de gemeente Den Haag en Duurzaam Moerwijk wist ze buurtbewoners te mobiliseren iets goeds te doen met het stuk grond. “Op veel manieren is de tuin symbolisch voor hoe we in Moerwijk werken. Door samen met de buurt groenten en fruit te kweken, ontstaat letterlijk nieuw leven. Het is ook een ontmoetingsplaats. We zaaien er dingen waarvan we nog niet weten hoe groot het zal worden. Het helpt ook dat er in Moerwijk veel mensen wonen die in hun thuisland gewend waren zelf voedsel te verbouwen”. Het project krijgt naar alle waarschijnlijkheid in 2016 een vervolg. Zo moet er een markt komen waar alle gewassen uit de tuin te koop zijn en worden op meer plekken in Moerwijk moestuinen aangelegd in binnentuinen. Fonds1818 zal daarbij een belangrijke partner zijn. “Als fonds ondersteunen we maatschappelijke initiatiefnemers en proberen we ze uit te lokken. Dat doen we ook in Moerwijk, één van de wijken in Den Haag waar het stukken beter kan. Onze ervaring is dat buurttuinen een positief effect hebben op de omgeving omdat ze voor het groen belangrijk zijn en de sociale cohesie bevorderen. Samen in de aarde wroeten schept namelijk een band”, aldus fondsdirecteur Boudewijn de Blij.

Update:
MarcusConnect is inmiddels Geloven in Moerwijk gaan heten en heeft zich inmiddels tot een heuse huis+tuin+keuken=kerk ontwikkeld

Meer info
www.marcuskerk-denhaag.nl 
www.facebook.com/marcusconnect 
www.fonds1818.nl
Adres Marcustuin: Jan Luykenlaan 92a
Fotografie: Jurriaan Brobbel

Succes is niet afhankelijk van waar je woont

De troonrede van Martin Muamba

Als puber ontvluchtte Martin Muamba (28) zijn thuisland Congo en kwam hij uiteindelijk terecht in Moerwijk. Ruim 6000 kilometer van zijn geboortegrond vandaan zou Martin graag zijn toekomst opbouwen. In Moerwijk kan volgens hem namelijk iedereen succes hebben.

Inmiddels woont Martin alweer veertien jaar in Nederland. Zijn ouders die in Congo achterbleven, heeft hij net als zijn thuisland nooit teruggezien. Het regime vond dat zijn vader dingen deed die niet mochten. Over wat er precies is gebeurd, spreekt Martin liever niet. Hij beschrijft het als een ‘verschrikkelijke gebeurtenis’. “Een vriend van mijn vader besloot me naar een plek te brengen waar ik veilig zou zijn. Hij hielp me vluchten, dat was voor hem ook gevaarlijk. Ik kwam in Nederland terecht, eerst in een asielzoekerscentrum. Daar heb ik een jaar gewacht om te weten naar welk opbouwhuis ik zou gaan”.

‘Het liefst blijf ik in Moerwijk. Het is weliswaar geen paradijs, maar ik voel me er inmiddels wel thuis’

Aanvankelijk werd de asielprocedure afgewezen. Na een beroepszaak kreeg Martin alsnog de AMA-status voor minderjarige asielzoekers, waarna hij onderdak kreeg in een opvanghuis. In plaats van op straat rond te hangen, koos Martin voor een andere tijdsbesteding. “Ik begon veel boeken te lezen, over verschillende culturen. Het was een van de weinige dingen die ik kon doen. Ook besloot ik dat ik per se de Nederlandse taal wilde leren, omdat ik het als een verplichting zag door te studeren. Willem Kramer van Vluchtelingenwerk heeft me daar ontzettend bij geholpen. Hij gaf me woordenboeken en we spraken een paar keer per week af zodat ik Nederlands zou praten”.

Ondernemerschap

Die inspanningen hebben hoorbaar resultaat gehad. Al klinkt zijn moederstaal Frans door in elk woord dat hij uitspreekt, in het Nederlands kan Martin zich goed uitdrukken. Zijn taalvaardigheid nam Martin mee naar school; aan het ROC Mondriaan behaalde hij verschillende diploma’s. “Met een vriend startte ik in 2005 een schoonmaakbedrijf. Dat ging hartstikke goed, we hadden veel grote klanten. We maakten kantoren en verschillende kledingwinkels in het centrum van Den Haag schoon”. Na een paar jaar moest Martin de deuren van het schoonmaakbedrijf sluiten. Zijn verblijfsvergunning liet en laat niet toe dat hij werkt, ook niet als zelfstandig ondernemer.

De ‘vrije tijd’ doodt Martin met een oude gewoonte; hij bezoekt vaak de bibliotheek en bereidt zich voor op het moment dat hij mag werken. “Ik schrijf projectplannen voor organisaties in het buitenland, dat gaat allemaal via internet. Ook heb ik in het kader van de krachtwijken het project ‘Welkom in Congo’ georganiseerd waarmee ik op een laagdrempelige manier mensen wilde laten kennismaken met mijn cultuur. Een ander project ging over vooroordelen”.

Die ervaringen neemt Martin mee naar de toekomst. Want, al zijn er dagen dat hij moedeloos door Moerwijk sjokt, houdt hij hoop. “Het doel was om naar de universiteit te gaan en professor te worden, maar dingen zijn anders gelopen… Nu werk ik toe naar het moment dat de IND, hopelijk, besluit dat ik hier mag blijven en kan werken. Ik wil een adviesbureau beginnen voor organisaties die in Afrika projecten willen doen. Dan kan ik zelf voor mijn vierjarige dochtertje Bea zorgen die bij haar moeder in Brussel woont”.

‘Om het grote probleem op te lossen, zou er meer aandacht moeten zijn voor individuele problemen’

Aftellen

In februari 2016 hoort Martin of hij een permanente verblijfsvergunning krijgt. Hij telt de dagen af. “Congo had geen plekje meer voor me, maar doordat ik niet weet of ik mag blijven, leef ik elke dag met grote onzekerheid. Dat voelt helemaal niet veilig, eerder als gevangenschap. Op een bepaalde manier accepteer je dat. Het liefst blijf ik in Moerwijk. Het is weliswaar geen paradijs, maar ik voel me er inmiddels wel thuis. Daarbij geloof ik erin dat succes niet afhankelijk is van waar je woont, wel van wat je doet”.

Ondanks de problemen in Moerwijk zou Martin er dus graag blijven. “Er wordt veel gesproken over onveiligheid, maar voor mensen uit Afrika voelt Moerwijk heel veilig. Het lijkt wel één groot probleem, maar als je goed kijkt, zie je dat er veel verschillende oorzaken zijn voor de problemen in de wijk. Om die op te lossen, zou meer aandacht moeten zijn voor individuele problemen”.

Fotografie: Roos Koole

Indiase Raita

Raita van Neelam

-	Doe 300 ml volle yoghurt in een schaaltje
-	Leng aan met 50 ml water
-	Voeg een geraspte komkommer toe (kwart van komkommer)
-	Mengen met verse koriander en zout en peper (naar smaak)
-	Bak in 1,5 theelepel olie komijnzaad op
-	Doe daar een snufje rode chili bij
-	Na 3 tot vier minuten haal je de komijn van het vuur en mix je het met de yoghurt en komkommer

Indiase Chai

Chai van Neelam

-	Doe 2,5 beker water, 2 groene kardemom en een halve gekneusde gember in een pannetje
-	Als het water kookt doe je zakjes Engelse thee erin, 2 tot 3 minuten laten trekken
-	Haal de theezakjes uit de pan en doe er 1,5 kop volle melk bij
-	Naar eigen smaak kun je suiker toevoegen
-	Breng de chai aan de kook
-	Laat het vervolgens 10 minuten op een laag vuur doorkoken.

Indiase Aloo Paratha

Aloo Paratha van Neelam

ingrediënten (±10 stuks)
Deeg
500 g volkoren tarwemeel
1 el zout
2 el zonnebloemolie
250 ml water

Aardappelvulling 
4/5 aardappels, normale grootte
1/2 theelepel zout
1 theelepel komijnzaad
2 fijngesneden groene chilipepers
4 el fijngesneden koriander (of munt)

bereiding

– Doe 500 gram tarwemeel in een schaal
– Voeg 1 eetlepel zout, 2 eetlepels zonnebloemolie en 250 ml water toe
– Kneed het tot een soepel, stevig deeg
– 10 minuten laten rusten

Aardappelvulling (aloo)
– Kook 4/5 aardappels tot ze zacht zijn en laat ze vervolgens afkoelen (aloo)
– Pel de aardappelen en plet ze (aloo)
– Doe daarna de fijngesneden groene chilipepers, koriander (of munt), komijnzaad en het zout erbij. Meng alles. (aloo)
– Verdeel het deeg en de aardappelvulling in 10 gelijke porties.
– Zet een bord naast je werkblad met wat bloem erop.
– Neem een balletje deeg en duw het langs beide zijden in de bloem. Rol het balletje uit tot een cirkel.
– Doe er een bolletje aardappelpuree in, vouw het dicht en druk het wat platter.
– Laat ze enkele minuten rusten.
– Neem een bal en duw nogmaals in de bloem en rol het uit tot een cirkel.
– Doe wat olie in de pan en bak de paratha. Na een paar seconden verandert de paratha van kleur en ontstaan luchtbellen. Draai de paratha om en bak ook de andere kant. Draai ze nogmaals om en doe 1 theelepel olie op de paratha. Draai ze weer om en duw er af en toe op met een spatel.
– De paratha’s mogen goudbruin gebakken zijn.

Indiase Palak Paneer

Palak Paneer van Neelam

ingrediënten (voor 4/5 personen)
Ui - 1 
Gember - 6 cm
Laurierblad 2/3
Kaneel - 3cm
Kruidnagel
Komijnzaad - 1eetlepel
Zwarte kardemom - 2/3 stuks
Groene kardemom -  2/3 stuks
Zwarte peper - 5/6 korrels
Garam masala - 1 theelepel
Kurkumapoeder - 1 theelepel
Paprikapoeder - 1theelepel 
Degi mirch - 1 theelepel
Korianderpoeder - 1 theelepel
Spinazie a la crème - 500 gram
Tomatenpuree - 1 grote tomaat gemengd met blikje tomatenpuree (70 gram) 
Indiase Cottage Cheese - 350 gram 
Kookroom - 250ml
Zonnebloemolie

Schermafbeelding 2015-09-15 om 16.35.37

Bereiden

– Doe 6 eetlepels olie in een diepe pan
– Zodra olie warm is zwarte kardemom, groene kardemom en kruidnagel toevoegen
– Als deze open gaan doe je komijn in de pan
– Doe een gesneden ui in de pan en meng deze met geraspte knoflook wanneer de ui glazig is
– 2 minuten bakken, totdat knoflook bruin is
– Dan korianderpoeder en kurkuma toevoegen (1 minuut bakken)
– Gember + tomatenpuree in de pan
– Degi mirch en paprikapoeder erbij
– Laat het geheel 7 tot 10 minuten op heel laag vuur bakken
– Wanneer olie gaat ‘drijven’ doe je spinazie a la crème erbij
– Roer de spinazie goed door de kruiden
– Voeg eventueel zout toe naar smaak
– Bak in een ander pannetje de cottage cheese lichtbruin
– Doe deze bij de spinazie en laat het gerecht met de deksel op de pan op een laag vuur
pruttelen. Om het ‘flexibel’ te houden roer je het nog even door.
– Na 20 minuten pruttelen doe je de kookroom erbij en roer je de room goed door de pan zodat de
spinazie de roomsmaak goed pakt.
– 7 minuten op laag vuur laten pruttelen
– Om het gerecht compleet te maken strooi je garam masala over de Palak Paneer (niet roeren!)
en doe je de deksel direct weer op de pan. Pas als je het gerecht op tafel zet, haal je de deksel
van de pan. “Zo blijf de geur en smaak in het gerecht”, aldus Neelam.

Thaise groene curry

Groene curry van Mayura

Ingrediënten
Groene curry (1 potje / Koh Thai)
Palmsuiker (2 blokjes / Jeeny’s)
Lichte sojasaus mushroom (Healthy Boy)
Kokosmelk (Pak 500 ml / Aroy-D)
Courgette
Bloemkool of broccoli
Wortel
Bamboescheuten (1 blikje / Albert Heijn)
Thaise basilicum
Zout
Thaise basilicum toe
Zonnebloemolie
Pandanrijst

Bereiding

– Snijd de groente (kan ook een groentemix)
– Kook de pandanrijst volgens bereidingswijze
– Doe 3 eetlepels zonnebloemolie in de wok
– Voeg 3 grote eetlepels currypasta in de olie en bak de curry aan
– Doe de harde groenten in de pan
– Laat het 5 minuten pruttelen
– Leng aan met 500 ml kokosmelk en 4 lepels sojasaus (voeg eventueel zout toe voor smaak)
– Doe de zachte groentes in de wok
– 5 minuten op laag vuur laten garen
– Voeg ten slotte de Thaise basilicum toe

* Voor de vleeseters: kook gesneden kipfilet en voeg deze toe aan de curry zodra de stukjes gaar zijn.

MijnMoerwijk_Magazine_Eten en Drinken_Thais_Mayura

Fotografie: Jurriaan Brobbel

‘Wijknet heeft een wereld voor ons geopend’

Bewoners en professionals die in Moerwijk actief zijn, komen maandelijks bij elkaar voor een overleg van Wijknet. Anderhalf uur wordt er gepraat, daarna gaan de handen direct weer uit de mouwen. Er is namelijk genoeg werk aan de winkel. Hélène Bakker is er steevast bij: Die anderhalf uur per maand is het zeker waard!.

In Wijknet zitten medewerkers van zorg- en welzijnsinstellingen en woningcorporaties, ambtenaren van de gemeente Den Haag, wijkagenten maar ook creatieve ondernemers. Die laatste groep noemt Hélène, begeleider bij Middin, een ‘waardevolle toevoeging’. “Onze doelgroep, mensen met een licht verstandelijke beperking, is een kwetsbare. Doordat creatieven steeds actiever worden in Moerwijk en mooie projecten organiseren, openen ze voor onze cliënten ook werelden”, vertelt ze.

Door Wijknet heeft Hélène meer zicht gekregen op wat er allemaal gebeurt in Moerwijk en zijn er korte lijnen tussen de professionals ontstaan. Dat maakt dat de professionals elkaar snel kunnen informeren over problemen, maar ook over nieuwe initiatieven. “We helpen elkaar, dat helpt de wijk”.

Lang hoeft Hélène niet na te denken over een goed voorbeeld van hoe Wijknet voor Middin zichzelf heeft bewezen. “Een paar jaar geleden waren we op zoek naar manieren om onszelf zichtbaarder te maken in de wijk. Daarover raakten we in gesprek met Annelies de Groot van Stichting Mooi die ons daarbij heeft geholpen”.

Resultaat

Op het resultaat van die Wijknet-samenwerking is Hélène bijzonder trots. “Middin heeft een Trefpunt aan het Heeswijkplein. Dat is een plek waar mensen terechtkunnen voor een praatje en advies, maar ook kunnen cliënten en mensen uit de wijk er samen eten. We zien dat het werkt, want ook de wijkverpleegkundige en wijkagent komen er langs. Dat maakt dat het contact met de mensen laagdrempelig is”.

Voor de cliënten van Middin verwacht Hélène dat Wijknet de komende jaren nog veel meer kan betekenen. Want als er evenementen en activiteiten worden georganiseerd, kunnen cliënten volgens Hélène op hun manier een steentje bijdragen door mee te helpen. “Organisaties als de onze zijn nu veel meer naar buiten gericht dan vroeger. Wijknet heeft een hele wereld voor ons geopend. Het helpt enorm dat je elkaar sneller kunt vinden en in principe staan we altijd open voor samenwerkingen. Verbindingen zijn namelijk belangrijk, zeker voor Moerwijk”. 

Foto: Jurriaan Brobbel

‘Omdat ik al van ver kom, is niets me te veel’

Een onschuldige inenting werd ontwerper Omar Munie (29) twee jaar terug bijna fataal. Na een lange revalidatieperiode voelt de Moerwijker zich gezegend dat hij weer kan doen wat hij het allerliefste doet. Omar heeft namelijk nog genoeg dromen die hij wil najagen. 

Omar stond in 2013 op het punt naar Tanzania te reizen. Het Afrikaanse land waar hij als negenjarige jongen met zijn broertjes en zus een tussenstop maakte op zijn vlucht uit zijn thuisland Somalië zou hij echter niet bereiken. “Ik ging voor een gele koortsprik naar het ziekenhuis, maar dat ging helemaal verkeerd”, vertelt hij. De inenting leidde tot een allergische reactie waardoor zijn nierfuncties uitvielen en van de ene op de andere dag werd Omar een ‘patiënt’. “Ik was in een keer uitgeschakeld door een eiwitprobleem, van top naar flop. Twaalf dagen heb ik in coma gelegen waarna ik opnieuw moest leren lopen en praten, eigenlijk moest ik alles weer leren”.

De nieuwe nier die Omar kreeg sloeg aan, maar alle vanzelfsprekendheden van voor het incident waren weggevallen. Zijn bedrijf dat exclusieve tassen maakt die door bekendheden als Hillary Clinton, Jane Fonda en Oprah Winfrey worden gedragen, wilde hij echter niet loslaten. “Er werd me gevraagd of ik een uitkering wilde, maar dat wilde ik niet. Ik heb eigenlijk altijd voor mezelf gezorgd. Ook toen ik naar Nederland kwam, heb ik alles altijd zelf gedaan. Er was namelijk niemand anders die het deed”.

Zo goed als kon, heeft Omar zelfs tijdens zijn revalidatie ‘gewoon’ doorgewerkt. Hij meent dat het hem enorm heeft geholpen met iets anders dan zijn ziekte bezig te kunnen zijn. “Ik runde mijn bedrijf gewoon vanuit het ziekenhuis. Ik had daar toch alle tijd. Het kriebelde, ik wilde weer aan de slag en dat ging ik ook. Terwijl ik eigenlijk in bed moest blijven, stond ik alweer lezingen te geven. Omdat ik al van ver kom, is niets me te veel”.

Dankbaarheid

Omar is weliswaar ‘back to business’ maar helemaal de oude zal hij nooit meer worden. “Ik besef meer dan ooit welke rijkdom ik heb, niets of niemand kan me meer kleineren. Ik realiseer me nu nog beter dat je moet leven als mens en dat familie en vrienden belangrijk zijn. Mede door Angela, mijn nierdonor, heb ik een nieuwe kans gekregen waar ik heel dankbaar voor ben”.

Elke twee maanden gaat Omar bij haar op bezoek in Limburg, waar Angela woont. “Dat is een stukje dankbaarheid. Zonder haar was ik er niet meer geweest”. Een andere routine die bij zijn nieuwe bestaan hoort, is de gang naar het ziekenhuis voor dialyse, het zuiveren van de nieuwe nier. Het hoort er inmiddels allemaal bij voor Omar die vooral blij is dat hij weer op eigen kracht naar zijn atelier in de Binckhorst kan om na een werkdag weer terug te gaan naar zijn huis in Moerwijk. “Op mijn zeventiende verkocht ik al tassen aan Macy’s, een groot Amerikaans warenhuis, en vloog ik voor een weekend naar New York. Dat is allemaal fantastisch en ik geniet er elke dag van, maar een goede gezondheid is uiteindelijk het belangrijkst in het leven”.

Foto: Jurriaan Brobbel