De Indiaase keuken van Neelam

Een kijkje in de keuken van Moerwijk

 

Rond etenstijd kun je in Moerwijk zo’n beetje de hele wereld op straat ruiken. Wat er op tafel wordt gezet, blijft echter vaak een raadsel. Moerwijk Magazine nam daarom een kijkje in de keuken van thuiskoks die hun recepten graag delen.


 

Neelam houdt van pittig eten en het schaaltje kruiden dat ze voor haar ‘chapati’s’ nodig heeft, doet het bezoek al watertanden. “Officieel heet het Paratha. Het lijkt op Surinaamse roti, maar dan anders”, verklapt Neelam.

Ze woont acht jaar in Den Haag en spreekt de Nederlandse taal inmiddels goed. “Als ik te snel praat, moet je het zeggen! Dat hoor ik wel vaker…”. Voor een huwelijk met een Nederlandse Indiër verhuisde ze van Delhi naar Morgenstond. Tegenwoordig is ze ‘independent’ en woont ze ruim twee jaar met haar zoontje in Moerwijk. “Ik heb oude Indiase geschiedenis gestudeerd, maar aan dat diploma heb ik hier niet veel. Ik heb daarom een mbo-opleiding tot management assistent gevolgd”.

Met dat kakelverse diploma wil Neelam zo snel mogelijk aan de slag. “In India heb ik in marketing en human resources gewerkt. Het liefst zou ik zoiets doen voor een ngo, een organisatie met een maatschappelijk doel”.

Een carrière als professioneel kok zit er dus niet in. “Het is me weleens gevraagd, maar koken moet mijn hobby blijven! Ik heb een tijdje voor Thuiskoks070 gekookt — dan komen mensen na hun werk eten ophalen — maar mensen beseften niet hoeveel werk er in Indiase gerechten zit. Soms moest ik voor vijftien man koken en stond ik een hele dag in de keuken. Dat wil ik niet!”, klinkt het resoluut.

Spetters

Ook de chapati’s (paratha) met Palak Paneer blijken bewerkelijk. Met zorg worden de kruiden en specerijen van het schaaltje in de pan getild. “We gebruiken veel olie in de Indiase keuken, dat levert spetters op”, verheldert Neelam terwijl ze naar de tegels wijst. Als het kruidenmengsel smaakt zoals Neelam wil dat het proeft, dompelt ze de spinazie erin onder. “A la crème: Indiase mensen houden van romige gerechten”.

Bij het maken van de broodjes schiet vriendin Asma te hulp die tot dan toe met haar dochter op de achtergrond bleef. “Zij is Pakistaans”, licht Neelam in. Alhoewel India en Pakistan als landen vooral met elkaar in conflict zijn, vertonen Neelam en Asma een natuurlijke synergie. “Vroeger, in India, dacht ik dat er alleen maar slechte mensen woonden in Pakistan. Dat krijg je zo aangeleerd, maar hier in Nederland ben ik daar anders over gaan denken. Asma is gewoon een lieve vriendin”.

Roller

Om te voorkomen dat eten moet worden weggegooid of dat bezoek met een rammelende maag naar huis gaat, informeert Neelam attent of ze grote eters in huis heeft. Beleefde antwoorden neemt ze met een korreltje zout; ze heeft met eigen ogen al een inschatting gemaakt. De deegbolletjes worden plat gerold om vervolgens krokant te worden gebakken. “Je moet wel volkorenmeel gebruiken, dat is lekkerder én gezonder.”.

Uit Pakistaanse hoek klinkt instemming waarna Neelam haar vriendin vraagt de paneer — Indiase cottage cheese die neigt naar ricotta — te bakken. “We eten vaak vegetarisch, vandaar de cottage cheese. Je zou ook aardappel of kipfilet kunnen gebruiken”.

Na ruim een uur zijn de chapati’s gebakken en is de Palak Paneer zo goed als klaar. De spetters heeft Neelam ondertussen van de tegels geveegd en ook het aanrecht is zo goed als opgeruimd. Neelam: “Nu nog de raita!”. Van komkommer, yoghurt en korianderpoeder maakt ze in een handomdraai dit bijgerecht waarna de maaltijd kan worden geserveerd op een eettafel die een restaurant suggereert. “Ik had van tevoren gedekt, leek me wel zo gezellig. Er ligt wel wat bestek, maar wij eten met onze handen”.

Toetje

Nieuwsgierig aanschouwt Neelam hoe haar kookkunsten het bezoek smaken. “Is het lekker? Niet liegen! Daar houd ik niet van…”, klinkt het haast streng. Uit de bijna lege pan en een eenzame paratha die ooit samen met tien andere een stapel vormde, kan Neelam maar één conclusie trekken: het heeft bijzonder gesmaakt.

Over de afwas hoeft het bezoek zich niet druk te maken. “Toen ik hier kwam wonen had ik de keuze tussen een vaatwasser of een televisie. Ik koos het eerste!”, zegt ze fier. Het kleine beetje eten dat is overgebleven, doet Neelam in de koelkast. “Voor morgenochtend… Dat zijn jullie natuurlijk niet gewend, maar in India is het heel normaal om ’s ochtends warm te eten. Willen jullie trouwens Indiase chai?”.

Zo’n kopje thee lust het bezoek wel. Maar hoe zit het eigenlijk met Neelam? Is de Nederlandse keuken aan haar wel besteed? “Alleen als ik geen zin heb om te koken. Dan maak ik aardappels, vlees en groente. Dat is niet zo vaak…”, antwoordt ze scherp.

Fotografie: Jurriaan Brobbel

De Thaise keuken van Mayura

Een kijkje in de keuken van Moerwijk

 

Rond etenstijd kun je in Moerwijk zo’n beetje de hele wereld op straat ruiken. Wat er op tafel wordt gezet, blijft echter vaak een raadsel. Moerwijk Magazine nam daarom een kijkje in de keuken van thuiskoks die hun recepten graag delen.


 

De Thaise Mayura staat erom bekend ‘verrukkelijk’ te koken en dat mogen best meer mensen weten. “Ik ben bezig met het opzetten van een cateringbedrijf, waarschijnlijk een foodtruck waarmee we het hele land door willen en op festivals kunnen staan”, vertelt ze.

Met haar opleiding tot pedagogisch medewerker zal ze niet veel doen. Samen met haar vriend Wilfred, met wie ze drie kinderen heeft, sleutelt ze aan een bedrijfsplan. “Ik zou in de kinderopvang kunnen werken, maar dat lijkt me eigenlijk niets. Met je eigen kinderen is het toch anders. Ik heb liever een cateringbedrijf. Als het bedrijfsplan wordt goedgekeurd, kan ik een beetje subsidie krijgen van de gemeente. Dat zou fantastisch zijn”.

Wilfred die eerder het schrijvende en fotograferende bezoek binnenliet, doet vanavond schijnbaar dienst als gastheer van het thuisrestaurant. Want terwijl Mayura het vuur onder de wok aansteekt, laat hij ook Vaneza binnen die wat verbaasd opkijkt van het keukenbezoek. Mayura: “Ze is mijn beste vriendin en kan trouwens ook heel lekker koken!”.

De blos op de wangen verraadt dat Vaneza het compliment waardeert. Toch is Mayura volgens haar de betere kok van de twee. Ze verheugt zich op de groene curry die Mayura op het menu heeft gezet. Mayura: “We zijn trouwens ‘flexitariërs’, is dat een probleem? Dat betekent dat we vaak vegetarisch eten, heel soms vlees. Dat leek me voor onze kinderen beter en ik heb eens een documentaire gezien over hoeveel vlees er dagelijks wordt weggegooid. Die heeft indruk op me gemaakt”.

Basilicum

De groene curry die Mayura bereidt, is ‘in principe’ een vegetarisch gerecht, maar speciaal voor de vleeseters in het gezelschap heeft ze kipfilet achter de hand. “Ik gebruik nu zoveel mogelijk ingrediënten van Albert Heijn zodat iedereen het kan maken. Je moet wel de kokosmelk van Aroy-D nemen, dat is de beste. Niet die oranje blikjes dus! En je hebt wel echt Thaise basilicum nodig. Die heeft Albert Heijn niet, een goede toko wel”.

In de keuken is ondertussen ruikbaar geworden dat de currypasta in de pan zit waarop Mayura een eerste lichting groenten in de wok doet. “Je moet met de harde groentes beginnen, die hebben het langst nodig om gaar te worden”, verheldert ze de volgorde.

Wilfred heeft zich inmiddels ontfermd over de witte rijst en krijgt bij het dekken van de tafel hulp van Vaneza. De Thaise aroma’s dwarrelen dan al door het hele huis. “Mijn moeder kon ook heel lekker koken, maar het meeste heb ik van mijn zus geleerd. Al kan ze heel lekker koken, in Thailand smaakt het eten toch het lekkerst. Ik was vier jaar toen we naar Nederland kwamen. Elk jaar gingen we twee keer terug, maar dat is er helaas al een tijd niet meer van gekomen…”.

De weemoed die doorklinkt, wordt al snel opgevolgd door smakelijke herinneringen aan de reizen. “Als ik daar ben, ben ik de hele dag op de markt om dingetjes te proeven. Standaard kom ik er dan zeker zeven kilo aan”.

Als ook de zachte groenten in de wok zijn beland, zet Mayura een pannetje met gesneden kipfilet op het vuur. “Dan blijft het zacht, Nederlanders houden daar meestal niet van. Die willen het graag krokant meegebakken hebben”.
Na een halfuurtje is Mayura’s groene curry klaar, maar gegeten wordt er pas als een essentieel bijgerecht is gemaakt. “Voor als je van pittig eten houdt”, waarschuwt ze. Van vissaus, Thaise chili, gesneden koriander en limoen maakt ze een brouwsel dat in een klein schaaltje alle hoeken van de eettafel ziet. De curry smaakt het bezoek namelijk bijzonder goed, net als het scherpe sausje. Daarvan maakt Mayura tijdens het diner met zichtbaar plezier nog wat bij. Ook dat schaaltje komt met gemak op.

Fotografie: Jurriaan Brobbel

Pauls anti-inbraaktips

‘Heel Moerwijk is een hotspot wat inbraken betreft’

Om het aantal inbraken in Moerwijk omlaag te brengen, probeert de gemeente Den Haag bewoners bewust te maken van wat ze zelf kunnen doen. Alhoewel het nodige al uit de kast is gehaald, ziet Paul van Min, projectleider preventie, nog genoeg verbeterpunten in de wijk. Hij hoopt dat Moerwijkers snel tot actie overgaan, want de hele wijk is ‘een hotspot’.


Lang duurt het niet voordat een wandeling door het Puntje van Moerwijk met Paul als gids de eerste problemen aan het licht brengt. Al bij de eerste voordeur wijst hij op de kwaliteit van het ‘beslag’. “Dit heeft twee sterren. Dat betekent dat het een inbreker vier minuten ophoudt, maar daarna is-ie gewoon binnen”. De buren blijken echter over een beter beslag te beschikken, maar ook daarover is Paul kritisch. “Dat vertraagt vijf minuten, maar inmiddels hebben inbrekers gereedschap waarmee ze de cilinder van het slot binnen één minuut eruit krijgen. Als je het op slotengebied goed wilt doen, heb je ‘kerntrekbeveiligd beslag’ nodig. Dat vinden dieven vervelend”.

‘Na 4 minuten is een inbreker gewoon binnen!’

Zes jaar geeft Paul al voorlichting aan bewoners van Den Haag over wat ze kunnen doen om inbrekers buiten de deur te houden. “Het aantal overvallen en inbraken was flink toegenomen. Daarop besloten we met allerlei partijen de krachten te bundelen om deze vormen van criminaliteit terug te dringen”, verklaart hij.

Met verschillende campagnes is gepoogd de cijfers omlaag te brengen. Alhoewel de aantallen daardoor “behoorlijk zijn teruggelopen” is Paul nog niet helemaal gelukkig met de resultaten. “Wat inbraken betreft is heel Moerwijk nog steeds een hotspot. Mensen moeten zich bewust worden van hun eigen gedrag. Dat betekent dat ze deuren op slot doen, ramen niet open laten staan en ervoor zorgen dat ze het inbrekers niet onnodig makkelijk maken. In het algemeen geldt dat inbrekers een hekel hebben aan licht, lawaai en aandacht. Een goed verlicht portiek of een brandende lamp in de tuin zou veel inbrekers al afschrikken. Om het overklimmen van schuttingen en het opklimmen van schuurtjes te voorkomen, kunnen prikkeldraad en broekenscheurders worden geplaatst. Maar gebruik die dan wel op functionele plekken!”.

Trucjes

Tijdens de rondgang door het Puntje worden weinig goede voordeuren gevonden. Wel is duidelijk dat de sticker van de SDNA-campagne als afschrikmiddel op menig voordeur is geplakt. Bij deze actie kregen Moerwijkers een spray om kostbaarheden te voorzien van een druppel DNA-vloeistof, waarmee van diefstal afkomstige goederen kunnen worden herleid naar de eigenaar. Ondanks de sticker schat Paul in dat het betreffende huis ‘een makkie’ is voor een beetje inbreker. “De cilinder van het slot steekt veel te ver uit, daar zetten dieven een tang op en wrikken de cilinder gemakkelijk kapot: die deur hebben ze dus zo open. Het bijzetslot is op schouderhoogte geplaatst in plaats van op kniehoogte. Een deur wordt altijd op kniehoogte opengetrapt, daar kun je namelijk met je voeten veel meer kracht zetten dan met je handen op schouderhoogte. Op die plek moet je dus extra beveiligen. Ook zie ik geen ‘spion’ waarmee je van binnenuit kunt zien wie er voor de deur staat. En, zoals bij veel woningen, is de brievenbus op dezelfde hoogte als het slot. Met een kleerhanger van de stomerij kun je simpel via de brievenbus het slot opentrekken”.

Het zijn zomaar wat observaties van Paul die aantonen dat hij ondanks zijn pensioengerechtigde leeftijd nog volop aan de bak kan. “Er moet echt nog wel wat gebeuren hier, zeker op het gebied van bewustzijn. De meeste inbraken zijn zogeheten ‘gelegenheidsinbraken’, gepleegd door personen uit de buurt. Van inbrekers weten we dat ze het liefst opereren in een straal van 2 kilometer rondom hun eigen huis. Daar kennen ze de vluchtroutes en weten ze wat er valt te halen”.

Wat er buit te maken is, laat zich in sommige gevallen makkelijk raden.“Daar zie je allemaal dozen aan de weg staan van tv’s en computers. Al zijn de meeste dieven tegenwoordig geïnteresseerd in kleinere dingen als sieraden, smartphones en laptops, is het niet verstandig die dozen maar gewoon voor je deur te zetten. Dan kun je net zo goed een uitnodiging sturen!”.


Pauls anti-inbraaktips

  • Sluit ramen en deuren
    Ga je (heel even) de deur uit? Doe de deur achter je dicht, en op slot! Dat geldt ook voor ramen. Een kiertje is voor een inbreker al genoeg om zich naar binnen te werken.
  • Buiten/portiekverlichting
    Zorg voor werkende verlichting van je portiek, bij de voordeur of in de tuin. Inbrekers houden niet van licht en aandacht.
  • Kerntrekbeveiliging van deurbeslag
    Op het deurbeslag van de buitendeur staat met sterren aangegeven hoe inbraakvertragend het slot is. 3 sterren is maximaal (vertraagt 5 minuten), maar tegenwoordig is het beste om 3-sterrenbeslag met zogeheten kerntrekbeveiliging te hebben. Dat vinden inbrekers het vervelendst.
  • Brievenbus
    Als een brievenbus op dezelfde hoogte zit als het slot, plaats dan een bakje aan de binnenkant. Zo voorkom je dat inbrekers met een klerenhanger het slot van buiten via de brievenbus kunnen openmaken.
  • Kijkgat
    Weet wie je binnenlaat! Met een zogenaamde ‘spion’ kun je van binnenuit zien wie er voor de deur staat en of je dus met een gerust hart kunt opendoen.
  • Bijzetsloten
    Bijzetsloten zijn als extra slot bedoeld. Twee bijzetsloten is het beste: een op schouder- en een op kniehoogte. Als je maar één bijzetslot wilt plaatsen, doe dat dan op kniehoogte. Op dat punt kunnen inbrekers met hun benen de meeste kracht zetten om een deur open te trappen. Een bijzetslot maakt dat lastiger.
  • Intercom
    Veel huizen in Moerwijk hebben een intercom. Dat is handig omdat je niet helemaal naar beneden hoeft om iemand binnen te laten, maar open niet klakkeloos als er wordt aangebeld. Vraag de aanbeller om zijn naam, wat hij/zij komt doen en bepaal dan pas of het bezoek gewenst is!
  • Vervang sloten
    Als het goed is, vervangen woningcorporaties voor nieuwe huurders de cilinders van sloten, maar vraag er toch maar even naar. Het is heel vervelend als een oude bewoner terugkomt voor jouw spullen. Zorg er trouwens ook voor dat niet iedereen de sleutel van jouw huis heeft, maar vertrouw slechts een enkeling een reservesleutel toe.
  • Verpakkingen
    Heb je een nieuwe laptop, tablet of smartphone? Gefeliciteerd! Maar let op wat je met de verpakking doet.Verscheur de dozen als je ervan af wilt en breng ze dan naar een papierbak. Zorg er in elk geval voor dat anderen het verpakkingsmateriaal niet kunnen zien.
  • Digitale tijdschakelklok
    Als je een paar dagen of weken weggaat, schaf dan een digitale schakelklok aan. Daarmee kun je per dag instellen hoe laat het licht moet gaan branden en hoe laat het uit moet gaan. Als het licht elke dag op hetzelfde moment gaat branden en ook iedere dag op hetzelfde tijdstip uitgaat, zal dat namelijk ook opvallen. Een digitale tijdklokschakelaar koop je bij de bouwmarkt al voor 15 euro.
  • Regenpijpen
    Via de regenpijp klimmen inbrekers zo omhoog naar een openstaand raam of balkon. Om ze te ontmoedigen, kun je prikkeldraad aan de pijp bevestigen. Nog beter is een ‘broekscheurder’ waarmee je de regenpijp als route bijzonder onaantrekkelijk maakt.
  • Facebook
    Natuurlijk wil je het iedereen laten weten als je op vakantie gaat, maar misschien zijn Twitter en Facebook niet de media om de hele wereld te laten weten wanneer je niet thuis bent? In behoorlijk wat gevallen, worden inbraken gepleegd op basis van informatie die via Faceboek of Twitter wordt verkregen. Stuur familie en/of kennissen liever een ansichtkaart.
Fotografie: Jurriaan Brobbel

Je zou zeggen dat ‘gezellig’ een Nederlands woord is…

De troonrede van Paulina Chromik

 

De 29-jarige Paulina Chromik is in de race om Pool van het Jaarte worden. De Moerwijkse heeft namelijk laten zien dat hard werken loont. Tegelijkertijd heeft ze gemerkt dat ze door alle drukte niet in de gaten heeft gehad dat er in Moerwijk veel mensen zijn die net als zij waarde hechten aan vriendschappen in de buurt.


Paulina groeide op in het zuiden van Polen, vlakbij de grens van Tsjechië en Slowakije. Voor haar studie ‘internationale betrekkingen’ verruilde ze haar geboorteplaats voor Krakau, de tweede stad van Polen. Tijdens een groot Europees congres dat Paulina organiseerde, leerde ze haar man, Maarten, kennen. Die studeerde in Enschede waarop Paulina besloot een tijdje in Nederland te gaan studeren. Na haar afstuderen in Polen keerde ze terug naar Nederland. “Ik kende de taal helemaal niet, dat was in het begin best moeilijk. Maar toen ik wist dat ik samen met Maarten in Nederland een leven zou opbouwen, ben ik hard gaan studeren. Acht maanden heb ik geblokt, waarna ik het hoogste staatsexamen heb gehaald”.

‘Ik vind Moerwijk een heel prettige wijk met veel groen’

Daarmee kon Paulina’s toekomst in Nederland beginnen. Ze zocht een baan en vond die bij de Rijksoverheid. Heen-en-weer pendelen tussen Enschede en Den Haag leek haar niets en daarom was een huis in de hofstad gewenst. “Van Den Haag wist ik niet veel, ik moest afgaan op wat mensen ons vertelden. Uiteindelijk hebben we gekozen voor een huis aan de Troelstrakade, al vroeg onze makelaar wel een paar keer of we het zeker wisten. Ik snapte niet zo goed waarom: ik vind Moerwijk een heel prettige wijk met veel groen. Je kunt dus wel zeggen dat de liefde me in Moerwijk heeft gebracht”.

Van haar directe omgeving kreeg ze tijdens haar eerste Haagse jaren weinig mee. Paulina was druk met werk en zette zich daarnaast als vrijwilliger in voor de Poolse gemeenschap in Den Haag. Die telt ruim 30.000 mensen. “Dat zijn veelal seizoensarbeiders, mensen die als enige doel hebben hier geld te verdienen. In Polen is geen werk voor ze, zelfs niet als ze een opleiding hebben. Tijdens hun verblijf in Nederland proberen ze zoveel mogelijk geld te sparen om mee terug te nemen naar Polen. Om kosten te delen, wonen ze vaak met een hele groep in een huis. Naast ons woonden ook een tijdje Poolse mensen, al wist niet wie en met hoeveel ze waren”.

Blijvertje

In tegenstelling tot hen is Paulina vastbesloten in Nederland te blijven. Nu ze een vaste baan heeft, wil ze meer doen voor haar omgeving. “Het heeft veel energie gekost om te bewijzen dat ik een goede ambtenaar ben, maar het is me gelukt! Binnen de Poolse cultuur zijn familie en vriendschappen veel waard, maar doordat collega’s van me her en der in het land wonen – en het Nederlanders zijn met drukke agenda’s – blijkt het best lastig om vriendschappen op te bouwen. Je zou zeggen dat ‘gezellig’ een Nederlands woord is maar in de praktijk is dat niet altijd zo…”.

‘Het lijkt soms wel alsof Moerwijk het vergeten kindje is’

Plekken

Om nieuwe mensen te leren kennen, is Paulina actief geworden in Moerwijk. Ze hielp mee bij de organisatie van het festival Vier de Natuur. “Zo heb ik veel nieuwe mensen en plekken in de wijk leren kennen. Ik heb gemerkt dat er veel personen zijn die samen iets willen doen en ontdekt dat er genoeg gebouwen, zoals kerken, zijn die kunnen worden gebruikt voor activiteiten. Ik denk dat die vaak nog onzichtbaar zijn voor mensen waardoor Moerwijkers niet weten hoe eenvoudig het kan zijn om een plek voor een evenement te vinden”.

Alhoewel de plekken voor activiteiten en evenementen in Paulina’s ogen van goede kwaliteit zijn, vindt ze wel dat de woningen daarbij achterblijven. Ze zou graag meer renovatie en betaalbare nieuwbouw, ook in de vrije huursector, zien in haar wijk. Dat is volgens haar voor de bewoners én de beleving van Moerwijk belangrijk. “Als je door andere delen van de stad naar Moerwijk rijdt, lijkt het soms wel alsof Moerwijk het vergeten kindje is. Ik vind het wel heel goed dat er wordt ingezet op het samenbrengen van mensen. Want wanneer je elkaar kent, kun je elkaar ook vertrouwen. Het zorgt ervoor dat de wijk minder ‘anoniem’ aanvoelt”.

Fotografie: Roos Koole

De helft is alweer opgegeten!

Met zijn opvallend beschilderde busje rijdt jongerenwerker Fikri Bouthabout elke woensdagmiddag naar het Westhovenplein. De groene, gele en roze kleuren spatten er vanaf en maken dat het voertuig zeker niet onopgemerkt blijft. “Dat was al zo”, klinkt het bijna verontschuldigend. Maar alhoewel de figuren op de Speelgoedbus niet helemaal zijn ‘ding’ zijn, verplaatst Fikri het voertuig met alle plezier.


“Toen ik bij Stichting Mooi kwam werken, stond de bus al een tijd stil. Ik merkte juist dat er in de wijk veel animo voor was. Aan deze kant van de Erasmusweg zijn namelijk geen speelplekken. Ik besloot daarom weer met de bus te gaan rijden”, vertelt Fikri.

Met een subsidie van de gemeente Den Haag trok Fikri eropuit om speelgoed in te kopen. Een blik in de laadruimte van de bus laat de restanten van die aankopen zien. “De helft is alweer ‘opgegeten’ door ze! Maar ja… Dat gaat zo met speelgoed en kinderen. Het is ook bedoeld om te worden gebruikt”.

Op ‘normale woensdagmiddagen’ komen volgens Fikri zeker veertig kinderen uit de buurt op de Speelgoedbus af. “Voor veel ouders is speelgoed te duur. Bij de Speelgoedbus kunnen ze van alles uitkiezen en samen met andere kinderen ermee spelen”.

Desondanks blijkt ook in Moerwijk sprake van zomerstilte. Afgezien van een paar jonge vaste klanten die op steppen zigzaggen over het basketbalveldje is het rustig bij de bus. Rond drie uur vindt Fikri het wel mooi geweest voor vandaag. Hij vraagt de kinderen het geleende speelgoed terug te brengen. Gedwee geven ze gehoor aan dat verzoek waarna ze hun ouders, die op een bankje zitten te praten, ophalen. Fikri sluit ondertussen zijn bus af om vervolgens, net als de kinderen, te verdwijnen van het plein.

Waar vind je de Speelgoedbus?

Westhovenplein:
elke woensdag van 14:00 tot 17:00 uur
Jan Vosstraat:
elke maandag en donderdag van 15:30 tot 17:30 uur

*Bij regen, sneeuw, storm of extreme koude wordt in Wijkcentrum Moerwijk een vervangende activiteit georganiseerd.
Fotografie: Jurriaan Brobbel

Royal Urban

Make-over

Voor deze eerste koninklijke editie van de Moerwijk Make-over ging stylist Arie van der Lee samen met buurvrouwen én hartsvriendinnen Sita Ganesh en Angelique Landmeter op pad voor een nieuwe look. Kleding en accessoires voor deze echte Moerwijkse vamps werden onder andere gevonden op het statige Noordeinde, maar ook in dé winkelpassage van Moerwijk: de Betje Wolffstraat.

Met medewerking van Hanar Faris van kapsalon HIWA en make-up-artists Zouhair Benkabbo en Maico Kemper creëerde Arie een unieke look voor Angelique en Sita. “Beiden zijn stoere vrouwen die laten zien dat stoerheid perfect samengaat met klasse en vrouwelijkheid. Het enige wat nog ontbreekt zijn de hoeden. Dan zouden ze zo naar Prinsjesdag kunnen!”, aldus Arie.

MijnMoerwijk_Magazine_Fashion_Royal Urban_Make-Over2

Angelique

Blouse (Wibra, €9,99)
Rok (H&M, €9,99)
Jas (TanQs, €44,95)
Schoenen (van model zelf)
Oorbellen (Milano Juwelier, €55)
Ketting lang (Milano Juwelier, €139)
Ketting Kort (Milano Juwelier, €37)

Sita

Top (H&M, €19,99)
Rok (H&M, €49,99)
Schoenen (van model zelf)
Ring (Milano Juwelier, €99)
Oorbellen (Milano Juwelier, €49)

Adressen
Wibra Betje Wolffstraat 257-265, 2533 HM Den Haag
Milano Juwelier Betje Wolfstraat 264, 2533 HW Den Haag
TanQs Noordeinde 13, 2514 GB Den Haag
H&M Wagenstraat 3, 2511 AP Den Haag
Kapsalon HIWA Heeswijkplein 19, 2531 HC Den Haag
Fotografie: Roos Koole

Prinses Irene viert de natuur in Moerwijk

Met Vier de Natuur heeft Moerwijk een eigenwijze draai gegeven aan het internationale natuurfestival Fête de la Nature. Prinses Irene, die het festival naar Nederland heeft gehaald, is blij te zien dat het evenement al veel heeft losgemaakt in Moerwijk. Ze kwam dit jaar persoonlijk langs om poolshoogte te nemen. “Het grappige was dat mensen aan mij gingen uitleggen hoe belangrijk de natuur is”.


Alhoewel veel festivals in de buitenlucht plaatsvinden, zijn er maar weinig die zo één zijn met de natuur als Vier de Natuur. Dat is dan ook met recht een buitengewoon festival te noemen, want het groen is namelijk veel meer dan decor: het beleven van de natuur is immers het belangrijkste programmaonderdeel. Zo is dit jaar nog maar eens gebleken in Moerwijk waar buurtbewoners op 23 en 24 mei met elkaar tuinen en parken in gingen om te wandelen, te ontdekken en te proeven. Eigenlijk precies zoals prinses Irene altijd voor ogen heeft gehad. “Toen ik in Zwitserland dit festival, dat oorspronkelijke een Frans initiatief is, meemaakte dacht ik: dit moét ook naar Nederland. Er is namelijk steeds minder groen en er zijn veel mensen die nooit in een bos of in park komen terwijl de natuur juist ontzettend veel te bieden heeft”, aldus de prinses.

Al jaren zet prinses Irene zich vol overgave in om de belangstelling voor duurzaamheid en natuur te vergroten. Haar stichting NatuurCollege zorgde er vorig jaar voor dat het natuurfestival naar Nederland kwam. Op tal van plekken in het land werden activiteiten georganiseerd door enthousiaste natuurliefhebbers. Ook in Moerwijk waar NatuurCollege samenwerkte met Den Haag in Transitie. Prinses Irene: “Als ik naar Moerwijk kijk, zie ik veel hoge flats met weinig groen, maar het is goed om te zien dat op het kleine beetje groen dat er is veel gebeurt. Dat kan bijdragen aan een harmonieuzere samenleving. Door samen in de natuur te zijn, worden verschillen namelijk anders en kun je elkaar op een andere manier leren kennen”.

‘Door samen in de natuur te zijn, worden verschillen anders’

Proeftuin

Om met eigen ogen te zien wat het festival in Moerwijk heeft losgemaakt, bracht de prinses dit jaar opnieuw een bezoek aan Moerwijk. “Ik had gehoord dat er een interculturele moestuin was aangelegd, die heb ik onder andere bezocht. Het grappige was dat mensen er aan mij gingen uitleggen hoe belangrijk de natuur is. Dat geeft wel aan dat er iets in gang is gezet en dat het bewustzijn over de natuur meer is gaan leven. Daar doe ik het voor”, klinkt het opgewekt.

‘Niets moet, alles kan en mag’

Moerwijk is voor de prinses een sprekend voorbeeld van hoe het festival erin slaagt om de ogen van mensen te openen voor iets dat vanzelfsprekend lijkt. “Ik heb begrepen dat er in binnentuinen nieuwe moestuinen worden aangelegd. Dat vind ik een heel mooie ontwikkeling, want daardoor gaan mensen zien dat de natuur bijvoorbeeld groente en fruit brengt. Ook gaan mensen samenwerken, dat leidt allemaal tot een prettiger klimaat”.

Met belangstelling zal de prinses groene ontwikkeling van Moerwijk blijven volgen. Of ze ook in 2016 een bezoek brengt aan Moerwijk tijdens Vier de Natuur laat ze nog even in het midden. In andere Nederlandse gemeenten worden namelijk steeds meer activiteiten georganiseerd. “Het is een groeiend festival. De kracht zit hem er misschien wel in dat het heel vrijblijvend is. Niets moet, alles kan en mag. Dat laagdrempelige maakt dat mensen uit alle lagen van de samenleving zich uitgenodigd voelen om de natuur te ontdekken en samen naar buiten gaan om de natuur te vieren”.

Meer info

www.fetedelanature.nl
www.facebook.com/vierdenatuur

Fotografie: Dorothea Pace

Voedselbank voor Moerwijkers en hun huisdieren

Bij de Voedselbank Moerwijk zien ze ‘klanten’ in alle soorten en maten. Elke donderdagmiddag worden er voedselpakketten uitgedeeld voor mens én dier. Ook kunnen Moerwijkers bij het uitgiftepunt op het Westhovenplein terecht voor kleding, kinderboeken en zorg.


 

Het is een komen en gaan van mensen bij het uitgiftepunt van de Voedselbank. Oud, jong, wit en bruin: er is geen peil op trekken. “Dat is elke week zo. De mensen die we helpen zijn heel divers”, vertelt Greetje Beumer.

Samen met andere vrijwilligers zorgt ze ervoor dat Moerwijkers een boodschappenpakket kunnen ophalen. Want, al zien de klanten er allemaal heel verschillend uit, allen hebben gemeen dat ze weinig te besteden hebben. Sommigen houden per maand letterlijk een paar cent over. “Er zitten gemiddeld twintig producten in een pakket. Wat er in zit, is afhankelijk van giften. Deze keer zit er veel groente in”, constateert ze.

‘Er zitten gemiddeld twintig producten in een pakket. Wat er in zit, is afhankelijk van giften’

Over of de zeventig pakketten die zijn afgeleverd ook allemaal worden opgehaald, maakt Greetje zich niet druk. “Die zijn we aan het eind van de dag echt wel kwijt. Ook brengen we er een aantal bij mensen thuis. Er zijn namelijk behoorlijk wat mensen die zich ervoor schamen dat ze zijn aangewezen op de Voedselbank”.

Bij het uitgiftepunt blijken niet alleen klanten voor de voedselpakketten, maar ook voor gratis kinderboeken en kleding is men er aan het juiste adres. Greetje: “Aan mensen van buiten Moerwijk vragen we een kleine vergoeding, maar in principe is het gratis”.

Thuispoli

Dat geldt ook voor een bezoek aan de ThuisPoli. Daar komen bijvoorbeeld mensen die uit vrees voor een hoge rekening een reguliere huisarts mijden. In de kamer van de ThuisPoli rusten de verplegers even uit. Ze vertellen dat het ’s ochtends storm liep met mensen die hun bloeddruk hebben laten meten.

Zoals Greetje voorspelde, houdt de mensendrukte bij het uitgiftepunt aan. Na een rondgang door het gebouw blijkt het bij de afdeling voedselpakketten vlot te gaan. Een meneer vraagt of er nog bruinbrood is, maar in de vriezer wordt alleen nog een wit brood gevonden.

Dierenvoer

Voor Greetje geeft het aan dat het uitgiftepunt ‘helaas’ succesvol is. Ook de ‘Dierenvoedselbank’ die aan de overkant van de straat pakketten uitdeelt, heeft over klandizie niet te klagen. “Voor een kind is het verschrikkelijk als de hond moet worden weggedaan en voor een oud dametje biedt een kat een beetje troost. Wij vinden dat mensen hun huisdieren moeten kunnen houden en zijn daarom in samenwerking met knaagdierenopvang ‘Het Knagertje’ de Dierenvoedselbank begonnen. Dierenvoer is namelijk duur. Aanvankelijk gaven we voedsel voor een hele week, maar dat hebben we moeten terugbrengen tot 3,5 dag. Daarmee ondersteunen we 400 huisdieren”.

Contactgegevens

Westhovenplein 46 Den Haag
Elke donderdag van 13.45 tot 16.15 uur
facebook.com/Voedselbank-Haaglanden-Team-Moerwijk

Fotografie: Jurriaan Brobbel

Ik wil het geloof houden dat het anders kan

De troonrede van Anneriet Rueck

Anneriet Rueck (62) heeft al het nodige gezien en meegemaakt. Uit eigen ervaring weet ze hoe belangrijk het is dat kinderen aandacht en zorg krijgen en leren dat niet alles hoeft te blijven zoals het is. Dat geldt volgens haar ook voor Moerwijk waar ‘de knop’ om moet én kan.


 

Heel bewust heeft Anneriet vijf jaar geleden ervoor gekozen met haar man Willem naar Moerwijk te verhuizen. Op de veertiende etage van een flat in het Willem Dreespark heeft ze het prima naar haar zin. Bovendien heeft ze een uitzicht om ‘u’ tegen te zeggen. Aan de ene kant ziet ze de haven van Pernis, de andere zijde toont zo’n beetje de hele skyline van Den Haag. “Ik heb eigenlijk altijd in zulke wijken gewoond, in de Schilderswijk en Transvaal. Natuurlijk gaat het er in de Vogelwijk of Marlot anders aan toe, maar ik wil affiniteit houden met mensen. Dat heb je naar mijn idee meer in wijken als Moerwijk en de Schilderswijk”.

‘Deze wijk is niet minder dan andere, dat zouden alleen meer mensen zo moeten gaan voelen’

Anneriet werkt ruim veertig jaar in de zorg. Eerst als gezinshulp, later als bejaardenverzorgster. Vijftien jaar geleden is ze daarmee gestopt. Het werk werd fysiek te zwaar. Sindsdien ontfermt ze zich als thuisbegeleider over ‘mensen met problemen’. “Dat kunnen verslaafden zijn of iemand anders die zichzelf helemaal verwaarloost. Ik help ze met dagelijkse dingen als de administratie. Mentaal is dat best zwaar, toch ervaar ik dat niet zo. Ik vind het heel fijn om te zien wanneer het iemand lukt zijn leven op de rails te krijgen. Al is het soms ook een kwestie van voorkomen dat iemands situatie verslechtert. Ook dat is de moeite waard”.

Haar voorliefde voor het werken met kinderen is Anneriet nooit kwijtgeraakt. In de wijken waar ze woonde, deed ze naast haar baan veel aan vrijwilligerswerk in buurthuizen. “We namen kinderen mee op kamp. Soms mochten Marokkaanse en Turkse kinderen niet mee, maar daar liet ik het niet bij zitten. Ik ging bij die gezinnen langs om te proberen de kinderen toch mee te krijgen omdat ik het belangrijk vond dat ze met andere kinderen een leuke tijd zouden hebben. Zo ontstond een club. Elke week organiseerden we minstens één activiteit voor de kinderen. We gingen bijvoorbeeld met ze knutselen, schaatsen en zwemmen. Allemaal met als doel te laten zien dat er meer is in de wereld en dat je je kunt ontwikkelen”.

Omslag

Nog altijd krijgt Anneriet reacties op die activiteiten, via Facebook en op straat. “Daar zaten soms echt schoffies bij, maar het is heel leuk om te horen dat ze er nog steeds met veel plezier aan terugdenken. Laatst kwam ik een jongen tegen, inmiddels zelf vader, die tegenwoordig opbouwwerker is. Bij hem is de knop omgegaan, daar ben ik heel blij om”.

Zo’n ommekeer wenst Anneriet ook Moerwijk toe. “Mensen hier hebben veel commentaar en op sommige punten snap ik dat ook. Als ik in Loosduinen kom, waar ik werk, zie ik dat straten en plantsoenen er veel beter worden schoongemaakt. Waarom kan dat niet ook in Moerwijk? Het effect is namelijk dat het erger wordt. Deze wijk is niet minder dan andere, dat zouden alleen meer mensen zo moeten gaan voelen”.

Het minderwaardigheidscomplex dat Anneriet schetst, kan volgens haar het beste met optimisme worden bestreden. “Wat dat betreft ben ik best een softie… Ik ben absoluut geen wereldverbeteraar, maar ik wil geloof houden dat het ook anders kan, dat Moerwijk kan veranderen”.

Een van de punten waar Anneriet zich hard voor maakt, is dat Moerwijkers op een socialere manier met elkaar samenleven. Dat merken ook de medebewoners van haar flat. “Ik vind het belangrijk dat je op een normale manier met elkaar omgaat. Natuurlijk hoef je als buren niet de deur bij elkaar plat te lopen, maar je moet er wel voor elkaar zijn. Zo had mijn Marokkaanse buurvrouw een tijdje terug paniek omdat ze zonder licht zat waarop ik besloot naar haar toe te gaan om haar te kalmeren. Daar zijn we nou buren voor! Ook ben ik iemand die iedereen groet die ik in de lift tegenkom. Sommigen schrikken daarvan, maar ik blijf het doen: op een gegeven moment zeggen mensen ook gedag terug!”.

‘In de lift blijf ik iedereen groeten: Op een gegeven moment zeggen mensen ook gedag terug!’

Fotografie: Roos Koole

Omdat ik al van ver kom, is niets me te veel

Een onschuldige inenting werd ontwerper Omar Munie (29) twee jaar terug bijna fataal. Na een lange revalidatieperiode voelt de Moerwijker zich gezegend dat hij weer kan doen wat hij het allerliefste doet. Omar heeft namelijk nog genoeg dromen die hij wil najagen.


 

Omar stond in 2013 op het punt naar Tanzania te reizen. Het Afrikaanse land waar hij als negenjarige jongen met zijn broertjes en zus een tussenstop maakte op zijn vlucht uit zijn thuisland Somalië zou hij echter niet bereiken. “Ik ging voor een gele koortsprik naar het ziekenhuis, maar dat ging helemaal verkeerd”, vertelt hij. De inenting leidde tot een allergische reactie waardoor zijn nierfuncties uitvielen en van de ene op de andere dag werd Omar een ‘patiënt’. “Ik was in een keer uitgeschakeld door een eiwitprobleem, van top naar flop. Twaalf dagen heb ik in coma gelegen waarna ik opnieuw moest leren lopen en praten, eigenlijk moest ik alles weer leren”.

‘Een uitkering wilde ik niet. Ik heb altijd voor mezelf gezorgd.’

De nieuwe nier die Omar kreeg sloeg aan, maar alle vanzelfsprekendheden van voor het incident waren weggevallen. Zijn bedrijf dat exclusieve tassen maakt die door bekendheden als Hillary Clinton, Jane Fonda en Oprah Winfrey worden gedragen, wilde hij echter niet loslaten. “Er werd me gevraagd of ik een uitkering wilde, maar dat wilde ik niet. Ik heb eigenlijk altijd voor mezelf gezorgd. Ook toen ik naar Nederland kwam, heb ik alles altijd zelf gedaan. Er was namelijk niemand anders die het deed”.

‘Ik runde mijn bedrijf gewoon vanuit het ziekenhuis. Ik had daar toch alle tijd’

Zo goed als kon, heeft Omar zelfs tijdens zijn revalidatie ‘gewoon’ doorgewerkt. Hij meent dat het hem enorm heeft geholpen met iets anders dan zijn ziekte bezig te kunnen zijn. “Ik runde mijn bedrijf gewoon vanuit het ziekenhuis. Ik had daar toch alle tijd. Het kriebelde, ik wilde weer aan de slag en dat ging ik ook. Terwijl ik eigenlijk in bed moest blijven, stond ik alweer lezingen te geven. Omdat ik al van ver kom, is niets me te veel”.

Dankbaarheid

Omar is weliswaar ‘back to business’ maar helemaal de oude zal hij nooit meer worden. “Ik besef meer dan ooit welke rijkdom ik heb, niets of niemand kan me meer kleineren. Ik realiseer me nu nog beter dat je moet leven als mens en dat familie en vrienden belangrijk zijn. Mede door Angela, mijn nierdonor, heb ik een nieuwe kans gekregen waar ik heel dankbaar voor ben”.

Elke twee maanden gaat Omar bij haar op bezoek in Limburg, waar Angela woont. “Dat is een stukje dankbaarheid. Zonder haar was ik er niet meer geweest”. Een andere routine die bij zijn nieuwe bestaan hoort, is de gang naar het ziekenhuis voor dialyse, het zuiveren van de nieuwe nier. Het hoort er inmiddels allemaal bij voor Omar die vooral blij is dat hij weer op eigen kracht naar zijn atelier in de Binckhorst kan om na een werkdag weer terug te gaan naar zijn huis in Moerwijk. “Op mijn zeventiende verkocht ik al tassen aan Macy’s, een groot Amerikaans warenhuis, en vloog ik voor een weekend naar New York. Dat is allemaal fantastisch en ik geniet er elke dag van, maar een goede gezondheid is uiteindelijk het belangrijkst in het leven”.

Foto: Jurriaan Brobbel