2016 – Masjid Al-Hikmah 20 jaar gevestigd in voormalige Immanuëlkerk

Moskee 1 - 2016 - Masjid Al-Hikmah 20 jaar gevestigd  in voormalige Immanuëlkerk

‘Het was een cadeau, als blijk van dankbaarheid’

Van buiten ziet de kerk in de Medlerstraat er nog bijna hetzelfde uit als hoe het gebedshuis in de jaren vijftig werd gebouwd. Maar een kerk is het al jaren niet meer. Precies 20 jaar geleden werd het gebouw gekocht door Indonesische moslims die er een moskee van maakten. De Immanuëlkerk van voorheen, heet sindsdien: Masjid
Al-Hikmah.

Waar vroeger de netste schoenen uit de kast werden gehaald om op zondag een Hervormde kerkdienst bij te wonen, verdwijnen de schoenen inmiddels al twee decennia bij binnenkomst in het schoenenrek. In een moskee loop je namelijk op blote voeten, óf op sokken zoals Rudy Erfan. Hij was twintig jaar geleden nauw betrokken bij de overname van de kerk. “Samen met Rosyidi Hosen en een organisatie voor jonge moslims in Europa wilden we een nieuwe moskee voor de Indonesische gemeenschap. De moskee die we toen hadden, zat in een woonhuis in de Daguerrestraat. Die was te klein geworden. Daarop besloten we een benefiet te organiseren in de Grote Kerk”.

Alhoewel het benefiet onvoldoende opleverde, bracht het de initiatiefnemers wel in contact met de Raad van Kerken. Die had op dat moment twee kerken te koop staan. Rudy en consorten kozen voor de Immanuëlkerk, maar konden nog steeds niet aan de vraagprijs voldoen. Daarbij kreeg Rudy hulp van ‘hoog bezoek’. Een broer van de toenmalige Indonesische president Soeharto lag destijds in een ziekenhuis in Leiden voor een kankerbehandeling. Alhoewel die niet kon voorkomen dat hij overleed, bleek de presidentsfamilie wel zeer tevreden over de zorg die de zieke broer had gekregen. Een andere broer van Soeharto bood Rudy, die toen bij de Indonesische ambassade werkte, daarom zijn hulp aan bij het kopen van de kerk. “Ik zat een keer met hem in de auto toen ik hem vroeg ons te helpen. Eerst hield hij het een beetje af, maar tijdens de begrafenis van de broer in Indonesië maakte hij bekend dat hij het ons als blijk van dankbaarheid cadeau deed. De kerk kostte 1,4 miljoen gulden. Dat was dus best een groot cadeau…”.

De kerk kostte 1,4 miljoen gulden. Dat was dus best een groot cadeau…

Voor Rudy die in de jaren

’80 naar Nederland was gekomen voor technische banen begon daarmee een nieuwe fase. Vanaf dan zou hij namelijk verantwoordelijk zijn voor het beheer van de moskee. Hij moest er onder andere voor zorgen dat moslims, die dat wilden, vijf keer per dag konden bidden. Het was dus best handig dat hij dichtbij woonde. “In de pastorie achter de moskee woonde ik met mijn vrouw en dochter. Mijn dochter zat naast ons huis op de basisschool. Als ze daar naartoe moest, tilde ik haar gewoon over het hek!”.

Het zijn momenten waar Rudy met plezier aan terugdenkt. Minder mooi zijn de herinneringen aan de omgeving van de moskee. “Op het Heeswijkplein was altijd veel overlast, onder andere door junks. Het gekke was dat de buurt klaagde over het geluid vanuit onze moskee, maar volgens mij hadden mensen veel meer last van het drugsgebruik
en de criminaliteit”.

Van verwijten en problemen heeft de moskee zich de afgelopen jaren zo min mogelijk aangetrokken. Volgens Rudy héél bewust omdat er voor zaken die met politiek te maken hebben in zijn moskee geen plek is. Die houden ze het liefst zo ver mogelijk buiten de deur. Daarbij had de moskee wel andere problemen om zich druk over te maken: het aantal Indonesische moslims dat er kwam viel namelijk wel wat tegen.

Marokkanenoplossing

Om het ‘cadeautje’ een toekomst te kunnen geven, bedacht Rudy een oplossing. “De Indonesiërs bleven weg. Ik denk omdat die mannen liever thuis bidden, bij hun vrouw. Marokkaanse mannen gaan juist graag naar de moskee om daar met elkaar te bidden. Ik besloot me daarom op die groep te richten zodat de moskee goed gebruikt zou kunnen blijven worden”.

Op zaterdag komen er Indonesische moslims en Nederlanders naar de kerkmoskee

Die keuze blijkt tot nu toe een slimme zet, want van een puur Indonesische moskee kun je eigenlijk niet meer spreken. Zo blijkt ook tijdens het middaggebed waar Marokkanen, Turken, Afrikanen en een enkele Nederlandse moslim zich voor laten gaan door – nog wel – een Indonesische imam. Dat vindt Rudy geen enkel probleem: “Voor ons is een moslim, een moslim. Wij maken geen onderscheid en hebben ook geen specifieke stroming van de islam, zoals andere moskeeën. Voor ons is er één Islam”. Dat moet als het aan Rudy ligt ook zeker zo blijven. Want, alhoewel hij zes jaar geleden stopte als beheerder omdat hij te druk werd met zijn Indonesische restaurant Palembang komt hij nog altijd minimaal een keer per week bij Masjid Al-Hikmah. Naast het vrijdaggebed bezoekt hij dan bijvoorbeeld activiteiten die op zaterdag worden georganiseerd. Dan komen er Indonesische moslims en Nederlanders naar de kerkmoskee in Moerwijk. Rudy: “Dat is heel sociaal, er wordt dan ook gegeten. Elke keer koken vijf families dan voor wel 150 man!”.